Pagina's

donderdag 29 december 2011

Shogo - Titels

De hierarchie van de dojo ziet er als volgt uit:

* Dojo cho
* Shihan
* Kyoshi (shidoin)
* Renshi (fuku shidoin)
* Uchi Deshi
* Deshi

In het moderne Budo kunnen we drie manieren van gradueren onderscheiden: Kyu, Dan en Shogo.

Kyu kunnen we vertalen met klas – de budoka houdt zich in dit stadium voornamelijk bezig met het zich bekwamen in de kihon waza (basistechnieken) van de dojo waar men is bij aangesloten. Deze kihon waza vormen in feite de technische en fysieke voorbereiding op de dan-examens.  Na minimaal vijf jaar van intensieve beoefening van de kihon waza (of langer indien men minder frequent traint) volgt het eerste examen voor een Dan-graduering. De eerste graad die men bij een geslaagde demonstratie van de vereiste technieken toegekend krijgt is shodan – hetgeen letterlijk te vertalen is met beginnersniveau. Dit geeft al aan dat de werkelijke beoefening van de kunst nu pas aanvangt.

Dan is te vertalen met trede of niveau. Het stadium van kyu zouden we kunnen zien als een grondige voorbereiding op de werkelijke keiko (beoefening) van Budo. Nadat de budoka zich de kihon waza en de eerste principes van Budo  heeft eigen gemaakt begint de ware verdieping in de kunst. Stapsgewijs komt men steeds een trede verder op het pad (Do, Michi) en dit wordt gemarkeerd door toekenning van dan-graden.

Shogo Naast en in feite geheel los staand van de dan-graduering kennen we in Budo de Shogo; de benoeming tot instructeur of leermeester. Shogo betekent titel of (militaire) rang.

Doshu (soke)
In sommige Budo tradities kent men nog de soke; van oorsprong het hoofd van de familie, in bredere zin het hoofd van de traditie, van de over te dragen kunst. In Aikido wordt de titel Doshu voor het hoofd van de Aikikai Aikido organisatie gebruikt. Doshu is te vertalen met; degene die richting geeft in het te volgen pad. Het is een erfelijke titel die van vader op zoon wordt door gegeven. De eerste Aikido Doshu was de grondlegger Ueshiba Morihei O Sensei (1883 – 1969). Zijn zoon Kisshomaru Ueshiba (1921 – 1999) werd nidai Doshu. En de huidige doshu, kleinzoon Moriteru Ueshiba (1951) is de sandai Doshu.

Dojo cho
Een Aikido dojo wordt geleid door een dojo-cho (hoofd van de dojo). Dit is gewoonlijk een shihan, die tevens de hoofddocent van de dojo is.

Shogo – titel
In de dojo onderscheiden we drie soorten leraren met elk hun geheel eigen taak, hun titels zijn; Renshi, Kyoshi en Shihan.

Renshi is te vertalen met trainer. Het is de leerling die zijn technieken zozeer verfijnd en gepolijst heeft (ren – polijsten) dat hij technisch gezien in staat wordt geacht om leerlingen met minder ervaring dan hij kihon waza bij te brengen. Het karakter Ren is ook te vertalen met herhalen. De renshi heeft als taak de oefenstof te herhalen en door het oefenen van kihon waza de leerlingen een fysieke training te geven. De renshi geeft dus geen les in Aikido zoals een shihan dat zou doen, maar neemt de kihon waza met de leerlingen opnieuw grondig door, herhaalt wat in de lessen van de shihan of kyoshi al eens aan de orde is gekomen en is een voorbeeld voor iedereen in de juiste toepassing van Reigi (regels van wellevendheid).
In Aikido is het sinds de jaren zeventig gebruik geworden om in plaats van Renshi de term Fuku Shidoin (assistent van de kyoshi) te gebruiken.

Om in aanmerking voor benoeming tot renshi / fuku shidoin te komen moet men de nodige ervaring met Aikido (vooral als uke van de leermeester) hebben opgedaan, minstens drie jaar een nidan hebben en minstens 28 jaar oud zijn. De fuku shidoin wordt benoemd door de dojo cho.     

Kyoshi is te vertalen met leraar of leermeester. Het is de meester (shi) die de leer (kyo) overdraagt. De les van een kyoshi kan bestaan uit een pittige fysieke training, maar even zo vaak kunnen het lessen zijn met veel uitleg over de basisvorm (kihon gi), de principes (ri) en de meer filosofische achtergronden van Aikido.
De kyoshi heeft ruime ervaring met Aikido, is lange tijd actief geweest als fuku shidoin, heeft minimaal een sandan behaald en is minstens 35 jaar oud.
In Aikido gebruiken we in plaats van kyoshi ook wel de term shidoin. Het karakter In duidt op staflid, het woord Shido betekent gids. De leerling vraagt aan de leermeester naar de weg en de shidoin gidst hem in de juiste richting. Kijken we naar de karakters voor shido, dan betekent shi hier vinger en do pad. Shido is het Japanse woord voor gids, hij wijst je het goede pad aan met zijn vinger. Volgens een boeddhistische verhaal is de leermeester als iemand die naar de maan wijst, hij helpt de leerling om in de juiste richting te kijken. Maar het is aan de leerling zelf om de maan in het oog te krijgen. De grootste vergissing die de leerling kan maken is de vinger aan te zien voor de maan.

Shihan (dai shihan) is te vertalen met voorbeeld persoon of voorbeeld leermeester. Het is de leermeester die reeds gedurende lange tijd het pad volgt en als voorbeeld dient voor de methode, voor de dojo en de kunst zelf. In zijn lessen ligt de nadruk niet altijd op vorm van de techniek, maar vaker op de principes van Aikido, op de geest van Aikido. De shihan geeft niet alleen les aan leerlingen maar leidt ook leraren op.  
In feite vormt een shihan de levende traditie van de kunst, hij is degene die de kunst overdraagt aan de volgende generatie.
 
Ofschoon er oorspronkelijk geen relatie is tussen dangraduering en de benoeming tot shihan gaan we er tegenwoordig vanuit dat een shihan minimaal een rokudan heeft en hij minstens 45 jaar oud is.
Men kan de benoeming tot shihan niet nastreven of opnemen in de eigen carriereplanning. Het is een titel die verleend wordt op basis van merites en verworven inzicht in Aikido en houdt een verantwoordelijkheid in, die voortkomt uit toewijding aan de do (michi) en de nauwe verwantschap met de dojo waartoe men behoort en met de leermeesters van die dojo.

In Aikido zijn veel aikidoka verbonden met de Aikikai Hombu dojo en verkrijgen hun dan-graad ook middels deze organisatie. Na het toekennen van de zesde of zevende dan volgt, indien men leraar is, vaak ook de benoeming van Aikikai Hombu Dojo Shihan. Mogelijk is daardoor het misverstand ontstaan dat uitsluitend de Aikikai Hombu dojo aikidoka tot shihan mag benoemen. Dit kan echter zowel door een onafhankelijke Budo-organisatie als bijvoorbeeld de Dai Nippon Butokukai of de Kokusai Budoin gebeuren als door de dojo cho van de Aikido dojo of Aikido organisatie (Aikido stijl) waaraan men verbonden is.

Uchi deshi
Lange tijd was het gebruikelijk dat een leerling bij de leraar woonde, in de woning van de leraar zelf of in de dojo of in een daarvoor bedoelde kamer nabij de dojo. Zo’n inwonende leerling werd een uchi deshi genoemd. Uchi betekent hier binnen. Het is geen titel, maar meer een omschrijving van de feitelijke situatie. De uchi deshi was vierentwintig uur per dag, zeven dagen in de week in opleiding. Naast de dagelijkse training in de ochtend en in de avonduren, waren er geregeld extra trainingen of bijzondere trainingen die konden bestaan uit het lopen van lange afstanden in de heuvels en bossen,  het op en af lopen van een lange trap naar een Jinja (shinto schrijn) of uit misogi oefeningen in de oceaan of onder een waterval. Daarnaast had de uchi deshi de zorg voor de dojo (schoonmaken, onderhoud), de zorg voor sensei, de zorg voor de tuin en hielp hij eventueel bij het uitvoeren van administratieve taken. Sommige dojo hadden slechts een enkele uchi deshi. O Sensei had in zijn dojo veelal meerdere uchi deshi tegelijkertijd. Dit traditionele educatieve systeem is in onbruik geraakt. Wereldwijd zijn er nog slechts enkele Aikido dojo waar het mogelijk is te trainen en te leven als uchi deshi.

Deshi
De leerling die niet in de dojo woonde werd soto deshi genoemd. Het zijn leerlingen die niet in de dojo wonen, maar wel toegewijd de lessen in de dojo volgen.
Het woord deshi wordt geschreven met de kanji tei (of de) voor jongere broer en het karakter shi voor kind. Dit duidt er al op dat het hier gaat om iemand die op relatief jonge leeftijd toetreed tot de dojo. Deshi betekent zoveel als leerling of pupil. Worden de kanji uitgesproken als Teishi dan krijgt het meer de betekenis van jong persoon / student – helper van de leraar. Dit geeft al meer aan hoe de relatie deshi – sensei in elkaar zit; de deshi is in de leer bij sensei, maar wordt tegelijkertijd geacht hem terzijde te staan en te helpen, hetzij in de dojo door de dojo schoon te houden of onderhoudswerk te doen, of door te werken in de dojo-tuin, of door het verrichten van administratieve taken of door te assisteren bij het lesgeven of door het waarnemen van een les bij afwezigheid van de sensei.

In een dojo kun je je niet aanmelden als lid, je kunt je niet inschrijven als deelnemer aan de lessen. Je kunt wel als je voldoet aan de vereisten geaccepteerd worden als deshi.  

Tom Verhoeven

Auvergne,  winter 2011

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen