Pagina's

maandag 2 januari 2012

De inrichting van de dojo



Er zijn ruimtes die een bepaalde sfeer oproepen die je zou kunnen omschrijven als sacraal, als spiritueel of als klassiek. In de Auvergne ken ik een klein middeleeuws kapelletje gebouwd door de tempeliers en gewijd aan Maria Magdalena dat zo’n sfeer heeft. Het is een plek die je met eerbied betreedt, een plek die uitnodigt om stil te zijn en in gebed of meditatie te verzinken. Zo’n ruimte is ook de kathedraal van Vezelay, het is groots en indrukwekkend, zijn lange geschiedenis is in alles om je heen zichtbaar. Hier wil je lopen met zachte tred, zo min mogelijk praten en alleen maar kijken. Soms vind je zo’n bijzondere sfeer ook terug in een museum, het binnengaan bij het Rijksmuseum in Amsterdam vond ik vroeger al bijna net zo magisch als het binnengaan van de kerk in de kerstnacht. Het langs de schilderijen en andere kunstschatten dwalen versterkte de betovering.
Er zijn gebouwen die een geheel andere sfeer oproepen, denk bijvoorbeeld aan een treinstation. Er is overal beweging, het is er rumoerig en druk, treinen komen en gaan, reizigers drommen samen om vervolgens een verlaten perron achter te laten, er is veel gaande op zo’n station – soms spannend, en net zo vaak benauwend. De theaterschool in Amsterdam waar ik af en toe kwam riep weer een andere sfeer op – een groot gebouw waarin het makkelijk verdwalen was. En er heerste een sfeer van geconcentreerd werken, van intensief oefenen, van frustratie als dansers worstelden met de oefenstof of een choreografie maar niet tot zijn recht kwam, en tegelijkertijd een sfeer van bruisende soms hectische opwinding die bij nieuwe ontdekkingen en creativiteit hoort.

Zulke plekken die een bijzondere sfeer oproepen vind je ook terug in de natuur. En daar komt de oorspronkelijke betekenis van het woord dojo vandaan. Het is de plaats in de natuur waar de do (michi) zich het helderst openbaard. Zo’n plek werd soms gemarkeerd door een steen, door een beeld of door het bouwen van een Jinja (schrijn).        
Het kon ook de plek worden voor het houden van een ceremonie, voor meditatie of voor de beoefening van een van de kunsten. Hier in het land van de Averni werd zo’n natuurlijke sacrale plek een nemeton genoemd.
In Japan verschenen er in de nabijheid van zo’n plek gebouwen die speciaal bedoeld waren voor de beoefening van Budo. Deze dojo werden zoveel mogelijk gebouwd met natuurlijke materialen en werden bewust zo eenvoudig mogelijk ingericht. Deze natuurlijke eenvoud die in het Japans wabi-sabi genoemd wordt, creeert al een bijzondere ambiance. Daarnaast zijn er een aantal dingen die in de dojo niet mogen ontbreken en evenzeer aan de sfeer bijdragen.

Tatami  Het eerste dat bij het betreden van de Aikido dojo op valt is dat er matten op de vloer liggen. Tegenwoordig worden overal schuimrubber matten gebruikt (bij voorkeur met daar onder een verende vloer). Voorheen werden in Japan gevlochten rijststromatten (tatami) op een houten vloer gebruikt. De Kumano Juku Dojo in Japan heeft nog altijd deze matten liggen. De matten zijn bedoeld om bij worpen de val enigszins te verzachten. Vroeger beschikten de dojo echter niet altijd over tatami, er werd getraind (en geworpen!) op de houten vloer. 

De vier muren van de dojo hebben een eigen betekenis; de belangrijkste muur staat gericht naar het westen of als dit niet mogelijk naar het noorden. Deze muur wordt de kamiza genoemd, de hoge zijde (hier wordt niet het kanji voor kami, goden gebruikt maar de kanji voor boven of hoog). De muur ertegenover wordt de shimoza genoemd, vaak bevind zich de ingang van de dojo in deze muur. De muur aan de rechterzijde van de shimoza wordt de kamiseki genoemd, de hoge kant en de muur aan de linkerkant van de shimoza wordt shimoseki, lage kant, genoemd.

In de muur van de kamiza is een kromme balk verwerkt die duidelijk zichtbaar is. De kromme balk verwijst naar een bekende uitspraak van Boeddha.

Kamidana
Midden in de kamiza bevind zich de kamidana.
De kamidana is een kleine uitvoering van een Shinto schrijn gebruikt voor in huis, voor de plek waar men werkt en voor de dojo. Uiterlijk oogt het meestal ook hetzelfde als de grote Jinja. In de kamidana bevind zich een object, een shintai (verheven lichaam) of mitamashiro (spiritueel object), dat symbool staat voor de aanwezigheid van de kami. Zonder dit symbool verliest de kamidana zijn betekenis. Het symbool kan bijvoorbeeld bestaan uit een bronzen spiegel, een bijzondere steen (juweel), een door een kannushi vervaardigt object zoals de Ofuda of een ander object dat het waard is om er eerbiedig en aandachtig mee om te gaan. 
Boven de kamidana kan een shimenawa (een van stro gevlochten touw) gehangen worden. Aan weerszijden van de kamidana kunnen zich kleine lantaarns bevinden en vaasjes met takken van de sakaki-boom Voor de kamidana kan men schaaltjes met offers zoals water en zout plaatsen. Wanneer men een diploma of ander document van waarde heeft ontvangen dan is het gebruikelijk om deze bij wijze van dankzegging neer te leggen bij de kamidana.  
De buiging die we bij aanvang en afsluiting van de les maken is gericht naar de ware geest van Aikido die gesymboliseerd wordt door de kamidana. Het is een buiging van eerbeid en dankbaarheid voor het leven zelf.
Kamidana (miniatuur schrijn)

Fuda (of portret)
Aan de kamiza stond vroeger een houten paneel met daarop gecalligrafeerd de naam van de grondlegger van de dojo en indien het om een al langer bestaande dojo ging daarnaast houten panelen met de namen van diens opvolgers. Tegenwoordig is de fuda vervangen door een fotoportret of een gepenseelde afbeelding.
De buiging die we bijvoorbeeld maken bij aanvang van de les is niet bedoeld voor het portret, het is ook geen vorm van verheerlijking van de persoon op het portret. Het is een geste van eerbied en dankbaarheid voor de grondlegger en voor alle leraren die ons voorgegaan zijn op dit pad. Door het maken van een oprechte buiging erkennen we de traditie en de geschiedenis van Budo en geven we aan dat we bewust zijn van het gegeven dat we zelf deel uitmaken van die traditie en die geschiedenis.     

Kakejiku of kakemono
De overdracht van de traditie gebeurt van leraar tot leerling. Bij de overdracht (shoden) ontvangt de leerling een (of meer) gecalligrafeerde tekst(en). Deze tekst komt in de vorm van een kakejiku ingelijst in de dojo te hangen. De meest gebruikelijke plek is daarvoor de kamiza. Beschikt de dojo over meerdere teksten dan kan ook de shimoza gebruikt worden om kakejiku of kakemono aan op te hangen.  

Taiko
Voor de kamiza bevind zich de taiko (grote trommel). Met het slaan op de taiko wordt, net als met het klappen in de handen,  de aanwezigheid van iedereen aan de kami kenbaar gemaakt. De taiko werd vroeger ook gebruikt om mensen op te roepen bij dreigend gevaar. In Aikido wordt de taiko ook gebruikt om het begin en het einde van een embu (demonstratie) aan te geven.   

Tokonoma
Een deel van de kamiza, meestal een nis in de muur,  is voorbehouden voor het plaatsen van bijvoorbeeld een bloemstuk (ikebana) of een bonsai. Deze tokonoma weerspiegelt een verbondenheid met de natuur, met esthetiek en daarmee met ethiek. 

Daisho
De dojo cho kan zijn daisho (set van lang- en kort zwaard) plaatsen bij de kamiza. Aan de manier waarop de daisho geplaatst is kan men zien wat de stemming in de dojo is. De afbeelding toont de mooie kant van de daisho, dit duidt er op dat de aanwezigen in de dojo vertrouwd worden. Liggen de zwaarden andersom, dan zijn ze gereed om op elk gewenst moment getrokken te worden en daarmee wordt aangegeven dat er gevaar dreigt, dat niet iedere aanwezige het volle vertrouwen van de dojo cho heeft.  

Nafudagake
Een houten bord met daarop de namen van de leerlingen van de dojo. De namen staan vermeld op kleine houten panelen die op het bord gehangen of gespijkerd worden. De nafudagake kan geplaatst worden aan de shimoza of eventueel aan de shimoseki. De nafudagake weerspiegelt de traditie van de dojo. Aan de kamiza staan de naamborden van de leraren die ons voor gingen in de geschiedenis van de kunst, de shihan die les geven staan voor de huidige generatie en de leerlingen en de naambordjes van de leerlingen tonen de toekomst.
Een andere functie van de nafudagake is het zichtbaar maken van de namen van de leerlingen van dit moment en die van hen die in het verleden in de dojo trainden, maar nog altijd verbonden zijn met de dojo..  

Bukigake
In de dojo bevinden zich meestal meerdere wapenrekken waar de buki (wapens), de bokken en jo van de dojo hangen of waar de deshi hun eigen wapens kunnen ophangen. Deze bevinden zich meestal aan de shimo seki of de kami seki.

Het betreden van een dojo roept al een gevoel van sereniteit en alertheid op. De budoka beseft dat er hier iets te leren valt dat hij niet gauw elders zal aantreffen. De sfeer in de dojo scherpt zijn aandacht en maakt dat zijn ademhaling langzamer en dieper gaat. Hij komt tot het volle besef dat het om deze plek, om deze les, om dit ene moment en om dit ene treffen gaat – ichi go, ichi e, een ontmoeting, een leven.  

Tom Verhoeven

Auvergne, winter  2012

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen